Let's chat - reacties op blogposts
- Nele VDB
- 25 mrt
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 4 apr
WES 3 - reactie 1 op blogpost 'Een stukje privé in het onderwijs'
Dag Arne
Ik ben net als jij de overstap aan het maken van de privésector naar het onderwijs en had bij dit artikel meteen hetzelfde gevoel als jij. In het laatste bedrijf waar ik werkte, waren dit vragen waarover ik samen met collega’s meermaals het hoofd brak: hoe kunnen we minder vergaderen, hoe kunnen we korter vergaderen, hoe kunnen we effectiever vergaderen … met andere woorden: hoe kunnen we minder praten over werk en meer effectief werken?
We experimenteerden met timers en timekeepers, met agenda’s en voorbereidingen, met gedeelde verantwoordelijkheden en roterende rollen. Met wisselend succes, maar altijd met dezelfde conclusie: vergaderen om te vergaderen leidt nergens toe en lijkt vooral te werken voor wie graag ‘samen-zit’.
Ik heb nog geen stage-ervaring opgedaan in de lerarenopleiding en ben in mijn lesvoorbereidingen voor praktijkvakken dus nog volop aan het worstelen met tijd en timing. Een lesuur duurt 50 minuten, maar blijkbaar is dat een theoretisch concept, want in de praktijk zouden er vaak maar 40 overblijven …
In mijn HR-loopbaan voelde ik na een tijdje automatisch aan wanneer een tijdslot voorbij was, zelfs zonder naar de klok te kijken. Dat was na twee uur voor een outplacementcoaching, na anderhalf uur voor een loopbaancoaching, na één uur voor een sollicitatiegesprek met voldoende diepgang en aandacht voor de kandidaat. (Al zullen daar zeker ook andere meningen over bestaan — ik neem gewoon graag de tijd om in gesprek te gaan.)
Maar 40 minuten … dat is ongeveer de duurtijd van een sollicitatiegesprek met een sollicitant zonder al te veel werkervaring, die zelf niet te veel vragen heeft en waarbij je als interviewer stevig de leiding neemt. Eén gesprek met één kandidaat, zonder onverwachte vragen, zonder technische problemen en zonder iemand die vijf minuten te laat binnenkomt omdat hij de vergaderzaal niet vond.
Als ik dan hoor dat een les met een twintigtal tieners — die hopelijk wél veel vragen stellen — en waarvan er sowieso al maar 40 minuten overblijven, nóg 5 minuten ingekort zou worden, dan weet ik het even niet meer. Maar goed, ik heb natuurlijk nog veel te leren - en waarschijnlijk ook nog veel te timen.
Gelukkig is het nog geen algemene praktijk en mogelijk komt de school snel terug op haar beslissing. En anders zal ik mij stilaan het tijdslot van 35 minuten eigen moeten maken — al vrees ik dat dat net het moment is waarop iedereen goed en wel op zijn stoel zit.
WES 3 - reactie 2 op blogpost 'Wat ons nog rest - jeugdboek'
Dag Wim,
Fijn om rond te snuisteren in je blog en je post over Wat ons nog rest te lezen. Net als jij stootte ik enkele maanden geleden eerder toevallig op dit boek, bij het bekijken van de tips van De Grote Vriendelijke Podcast. Hoewel ik zelden naar oorlogsromans grijp, las ik het bijna in één ruk uit. Daar droeg de vrije versvorm, die het verhaal zowel tekstueel als inhoudelijk behapbaar maakt, zeker aan bij. Net als jij vond ik het perspectief van waaruit het verhaal wordt verteld verrassend. Het toont eens te meer aan dat we allemaal (mede)mensen zijn en dat het verbinding en liefde zijn die ons rechthouden. De linken die je naar het onderwijs en naar de actuele geopolitieke situatie legt, zijn treffend. Soortgelijke boekentips zijn zeker welkom!
WES 3 - reactie 3 op blogpost 'Theater inzetten om Nederlands te leren'
Dag Liske,
Wat een interessant artikel dat je vond in het Tijdschrift Fons! Ik was net als jij verbaasd om te lezen hoe toneel kan helpen om een nieuwe taal te leren. En aangenaam verrast bij het vernemen dat er theaterinitiatieven bestaan die speciaal gericht zijn op nieuwkomers. Ik ben zelf erg benieuwd naar OKAN-onderwijs en ga er daarom op het einde van de maand stage lopen voor het OPO Diversiteit. Ik vind het heel mooi hoe jij in deze maar ook in je andere posts heel waarderend over deze doelgroep - en jongeren en mensen in het algemeen - schrijft. Ik lees en voel in je schrijfsels telkens weer hoe belangrijk je verbinding vindt. Dat je taal meer vindt dan een middel, hangt daar ongetwijfeld mee samen. En daar ben ik het ten volle mee eens!
Ik wens je veel succes met je toekomstige theater- en OKAN-uitdagingen. Ik ga alleszins aan je denken bij mijn stage eind april.
Verbindende groetjes,
Nele
Opmerkingen