top of page

Sprookjes volgens Locorotondo

  • Foto van schrijver: Nele VDB
    Nele VDB
  • 26 feb
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 17 mrt



Dat ik koos voor een show van Locorotondo als cultuurevenement is niet toevallig. Ik ken deze Herentalse circusschool sinds mijn zoon er enkele jaren geleden startte als leerling, of beter lid,  want zo schools voelt het niet aan. Niet alleen de show zelf, maar ook de werking van deze warme en kleurrijke organisatie is absoluut een blogartikel waard.


De show(s) van 2026

Elk jaar organiseert Locorotondo een weekend met een vijftal shows. De organisatie telt immers zoveel leden en groepen dat die niet allemaal in één show passen, laat staan dat de sympathisanten en circusliefhebbers allemaal samen in ’t Schaliken zouden passen.

Samen met mijn partner en enkele familieleden was ik dit jaar te gast bij twee van de shows en ik kan je verzekeren dat ze niet gewoon een verplicht nummertje zijn voor ouders en grootouders, maar een ware – bij momenten adembenemende – circusbeleving.


Al bij aankomst in de foyer konden we niet naast het sprookjesthema kijken. Een prinses met een kikkerhandpop bleef de hele tijd in haar rol terwijl ze aan bezoekers voorstelde om haar kikker te kussen. Ook van andere sprookjesfiguren vingen we al een glimp op.

In de zaal herinnerde de presentator het publiek er onrechtstreeks aan om de gsm af te zetten door een aan de telefoon roddelende prinses de zaal uit te sturen. We hoorden haar nog net tegen haar gesprekspartner zeggen dat het ‘cringe’ was dat ze de zaal werd uitgestuurd, vooraleer de deur achter haar dichtviel en de show kon beginnen. Het publiek was alvast mee.


De optredens zelf wisselden af tussen beginnersniveau, met schattige 7-jarigen die hun eerste kunstjes deden met o.a. diabolo’s, en professioneel niveau, met gastartiesten die in duo ondersteboven hangend aan de trapeze en geholpen door een indrukwekkende spiermassa, de wetten van de zwaartekracht tartten.


Spannende momenten beleefden we wanneer een twintiger torenhoog van op de bascule de lucht in gelanceerd werd om daar een perfecte salto uit te voeren en dan … weer netjes op de wipplank te eindigen en de volgende waaghals te lanceren. Een aantal elegante solo- en duoacts van meer gevorderde circusleden, met licht, grond- en luchtacrobatie, vergezeld van live accordeonmuziek en persoonlijk ingesproken teksten, zorgden dan weer voor ontroering.


Mooi om te zien was dat iedereen zich volgens zijn eigen talent kon tonen. Een meisje met het syndroom van Down en enkele jongeren met ASS droegen net zo goed bij aan de acts als anderen die schijnbaar zonder beperking waren. Met artiestenleeftijden tussen – klein gokje – 4 en 60 jaar, merk je dat leeftijd niet echt van belang is in deze circusschool.


Wat me tijdens de voorstelling ook raakte, is de veiligheid die de artiesten elkaar bieden. Al van kleins af aan staan ze klaar om elkaar – letterlijk - op te vangen als er iets mis zou gaan.


Tot slot vertel ik je graag nog dat ook de ruimte tussen de optredens creatief werd ingevuld. Het grappigste en vernuftigste tussenstukje was voor mij dat waarin een verteller vooraan op het podium gezeten ons inwijdde in het verhaal van ‘Weeuwsnitje en de dweven zergen’; het verhaal van Sneeuwwitje met de medeklinkers door elkaar gehaspeld. Passages als de ‘moze biefstoeder’, en ‘de prone schins streek haar kak in de ogen’ leidden tot schatergelach en zorgden ervoor dat het publiek helemaal vergat wat er achter de verteller op het podium gebeurde zodat de technische ploeg rustig haar ding kon doen.


Wat mij betreft, is het absoluut een aanrader om eens een show van Locorotondo te bezoeken. De organisatie draagt bij aan een veilige en positieve ontwikkeling van jongeren en iets ouderen die het beste van zichzelf laten zien en daarbij ook buiten de traditionele circuslijntjes mogen kleuren met onder andere woordkunst en muziek.


Mee te nemen naar de klaspraktijk?

Algemeen doet het me nog maar eens stilstaan bij de kracht van diversiteit en inclusief werken. Ook het geven van verantwoordelijkheid aan jongeren om elkaar wederzijds te helpen, bouwt mee aan een respectvol klimaat. Acrobatie lijkt me een goede metafoor om mee te nemen in mijn onderwijsrugzak.


Specifiek neem ik het idee van Weeuwsnitje mee. Ik kan me voorstellen dat iets gelijkaardigs voor verschillende onderwerpen interessant kan zijn: voor lessen over klinkers en medeklinkers, rond creatief schrijven, … De bijzondere benamingen van de groepen kunnen dienen als voorbeeld van taalcreativiteit of zelfs als illustratie bij de trappen van vergelijking. Zo draagt de beginnende groep luchtacrobaten bijvoorbeeld de naam ‘Lucht’, de wat meer gevorderde groep heet ‘Luchter’ en de groep met de meeste ervaring ‘Luchtst’.


Ben jij ook ondersteboven van zoveel jong en creatief talent en wil je meer weten over Locorotondo? Neem dan zeker eens een kijkje op https://www.locorotondo.be/




Opmerkingen


bottom of page