The last days of Pompeii: the immersive exhibition
- Nele VDB
- 18 mrt
- 3 minuten om te lezen

Plots staat de straat in lichterlaaie. Vluchten heeft geen zin; het verschroeiende vuur en de verstikkende rook breiden zich razendsnel uit. Het duurt niet lang meer voor alles onder een dikke laag as zal worden bedolven, om pas 1500 jaar later te worden herontdekt… Zo eindigt mijn bezoek aan de oude stad Pompeï, slechts enkele minuten nadat ik haar voor het eerst heb betreden – een kort, maar explosief bezoek.
Ik beschrijf hierboven mijn beleving van één van de VR-ervaringen die de expo The Last Days of Pompeii te bieden heeft. Enkele weken geleden bezochten we deze immersieve tentoonstelling – zoals ze zichzelf beschrijft – met ons gezin.
Na een rit van een uur naar Brussel en een traditioneel wedstrijdje ‘wie het eerst het Atomium ziet’ (ik win nooit), komen we aan in de ruime, nog nieuw ruikende inkomhal van Terminal 1 van Brussels Expo. Voorbij de kassa komen we in een ruimte die ons inleidt in het leven in een oude Romeinse stad. Hoewel deze ruimte qua technische snufjes niet kan tippen aan wat nog volgt, is deze binnenkomst bijzonder zinvol om de nodige context mee te krijgen. De grote, kleurrijke panelen combineren beknopte informatieve teksten met afbeeldingen en foto’s, wat zorgt voor een vlotte ‘instapfase’, ook voor wie zijn aandacht normaal ergens halverwege verliest.
Daarna beginnen de speciale effecten. Een team van hosts begeleidt ons naar een projectieruimte van acht meter hoog, waar rondom ons een film wordt afgespeeld die de dagen en uren voor de vulkaanuitbarsting toont. Nadien komt de verwoesting van de stad aan bod, waar we middenin zitten. We krijgen ook een glimp van de eerste ontdekkingen, 1500 jaar later. In deze ruimte mis ik – voor mezelf, maar zeker ook voor onze kinderen van 11 en 13 – wat informatieve uitleg. Het verhaal is voor mij iets te abstract en kunstig gebracht en niet altijd even duidelijk. Zo maakt het bijvoorbeeld zijsprongen naar het theater van toen, maar komen verhalen van de gewone man in de straat niet aan bod.
In de volgende ruimte nemen we plaats in een aangenaam zeteltje dat 360° kan ronddraaien, als een zacht roodfluwelen bureaustoeltje. Voorzien van een VR-bril worden we naar een virtueel amfitheater gebracht, waar we vanaf de eerste rij – op het middenplein, zo lijkt het wel – een gladiatorengevecht kunnen bekijken. Ook de tijger die plots opduikt, voert zijn strijd op enkele meters van ons en lijkt levensecht.
Voor we aan de laatste VR-beleving beginnen, betreden we opnieuw een minder interactieve, maar wel leerrijke ruimte met infopanelen. Daarop legt men uit hoe het komt dat de vormen van de lichamen van de oude stadsbewoners zo goed bewaard zijn gebleven. Ook de techniek waarmee onderzoekers replica’s van die lichamen maken, wordt duidelijk geïllustreerd.
In de AI-selfieruimte worden historische kledij en dito kapsels op ons lichaam en hoofd geprojecteerd, wat voor een grappige afwisseling zorgt. Als je benieuwd bent, kan je op de afbeeldingen onder deze post kennismaken met mijn Romeinse gezin.
De laatste ruimte biedt een metaverse-ervaring, waarin we met een VR-bril op ons hoofd kunnen rondwandelen in de Villa der Mysteriën, één van de best bewaarde villa’s uit die tijd. We verkennen de virtuele villa eerst met voorzichtige stapjes, maar het vertrouwen groeit snel. De andere bezoekers zien we als avatars door onze VR-bril, wat botsingen en ongewenste aanrakingen voorkomt. Daarna is het vooral genieten van de realistisch ogende vertrekken van de villa en het peristilium (de binnentuin), waar zoonlief bij wijze van test toch even de virtuele fontein instapt – zonder natte kleren en gelukkig ook zonder blauwe plekken tot gevolg. Dan betrekt de lucht, barst de vulkaan uit en begint de verwoesting. Voor ons is het wegwezen geblazen!









Dag Nele,
Bedankt voor de tip! Lijkt me heel fijn om ook eens met mijn kroost te doen. Geschiedenis gekoppeld aan wat entertainment, dat verteert altijd iets gemakkelijker én blijft vaker langer hangen.
En als het een troost mag wezen: dat Atomium zie ik ook altijd als laatste!