top of page

PISA, toren van Babel?

Foto van schrijver: Nele VDB
Nele VDB
26 sep
3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 18 okt


Deze afbeelding werd gegeneerd met behulp van artificiële intelligentie (Google Gemini). Ze combineert de mythische toren van Babel, symbool van de spraakverwarring, met de scheve toren van Pisa.
Deze afbeelding werd gegeneerd met behulp van artificiële intelligentie (Google Gemini). Ze combineert de mythische toren van Babel, symbool van de spraakverwarring, met de scheve toren van Pisa.

“Weet je, vanaf dit jaar moeten we voor geschiedenis de actualiteit volgen. En het leuke daaraan is: je kan er op de toets geen punten mee verliezen; je kan er enkel punten mee winnen.” Blij verrast over de manier waarop de nieuwe school mijn dochter introduceert in de tweede graad én de ons omringende wereld, vraag ik of ze al weet hoe ze dat wil aanpakken. “Ga je dan elke dag naar Karrewiet kijken?” vraagt haar jongere broer, die trouwe volger is van het Ketnetprogramma. Nee, ze verwacht niet dat ze daar alle info zal vinden die ze op de mogelijk gecompliceerde toetsvragen van haar nieuwe geschiedenisleerkracht zal moeten beantwoorden. “Over het PISA-onderzoek, bijvoorbeeld,” zegt ze, “kan je misschien de vraag krijgen hoeveel procent van de meisjes en jongens geslaagd is voor wiskunde en hoeveel voor taal.” Ik daag haar uit met de vraag of ze denkt dat de vragen zó gedetailleerd zullen zijn en pols  of ze überhaupt weet waar het PISA-onderzoek nu precies voor staat en wat er gemeten wordt. Nee, daar heeft ze nog niet over nagedacht.


Alomtegenwoordig zijn ze dezer dagen, de tegenvallende PISA-resultaten, en afhankelijk van de expert die geconsulteerd wordt, zouden ze onder meer te wijten zijn aan de genderkloof tussen mannelijke en vrouwelijke leerkrachten (Wouter Duyck)1, aan de autonomie die scholen krijgen (Dirk Van Damme)³ of aan de pretpedagogie uit het verleden (Koen Daniëls)². Ik kan natuurlijk niet voor alle scholen, laat staan voor het hele onderwijsveld spreken, maar als ik mijn tiener beluister, hoor ik geen slachtoffer van 'pretpedagogie', een overdosis vrouwelijkheid of dergelijke. Ik zie een leerling die door haar leerkrachten wordt uitgedaagd om dieper na te denken.


Als het over het vak Latijn gaat - vorig jaar nog een van haar lievelingsvakken - is ze minder enthousiast. “De toetsen zijn echt veel moeilijker nu, zo erg dat bijna de helft van de klas gebuisd is.” Waar ze bij dagelijks werk tot nog toe vooral werd geëvalueerd op te reproduceren kennis, merk ik dat haar nieuwe leerkracht verwacht dat de leerlingen linken leggen tussen de grote hoeveelheid woordenschatkennis die ze in de eerste graad hebben opgebouwd en de manier waarop de taal de dag van vandaag nog wordt gebruikt in het dagelijkse leven. Zo moet ze op een toets verklaren wat de naam van een priorpostzegel met zijn functie te maken heeft, zonder dat ze dat ooit heeft moeten leren. Verontwaardigd voegt ze eraan toe dat een deel van haar klas zelfs niet eens weet wat een priorzegel is. En alsof dat nog niet genoeg is, oordelen zij en haar vriendinnen dat ze ook nog eens te weinig tijd krijgen om de test digitaal af te leggen. Ik hoor haar verhaal verder aan en vraag haar of ze de beperkte invultijd al heeft aangekaart bij de leerkracht. Dat heeft ze, samen met haar klasgenoten. De leerkracht zou bekijken of er een minuutje bij kon.


Als toekomstige leerkracht Nederlands lees ik de PISA-artikels en beluister ik het verhaal van mijn dochter met in het achterhoofd mijn eigen praktijk en de inzichten opgedaan tijdens de opleiding. Taal is zoveel meer dan regeltjes of woordjes blokken voor een toets; het is vaak een voorwaarde om andere vakken te leren en de sleutel tot participatie in de maatschappij. Als bijna de helft van een doorstroomklas struikelt over een priorzegel omdat de context ontbreekt of als bso-leerlingen dreigen af te haken door toenemende laaggeletterdheid, dan is er een taak weggelegd voor ons als leerkrachten. We moeten leerlingen niet enkel woorden aanreiken, maar hen leren lezen tussen de regels en over vakgrenzen heen, zoals bovengenoemde leerkrachten het goede voorbeeld geven. Zo kunnen cultuur en taal belangrijke hefbomen zijn om de PISA-resultaten weer omhoog te krikken.  


Later op de avond, wanneer mijn dochter vrolijk en onbezorgd meespeelt met een gezelschapsspel, realiseer ik me dat het gevoel bij haar score van vandaag slechts een momentopname is. De vrees voor de toetsen die nog moeten volgen is gaan liggen. En of ze nu punten verliest of wint bij actualiteitsvragen, wat telt, is dat ze door de uitdagingen die haar worden aangereikt verder leert kijken dan de theorie, kritisch leert nadenken en kennis leert integreren. Dat ze leert dat het loont om op te komen tegen wat ze onrechtvaardig vindt en op die manier stilaan een echte wereldburger wordt.


Bronnen/verwijzingen:

  1. Belga. (2026, 9 september). Topman Katholiek Onderwijs haalt uit naar onderwijsexpert Wouter Duyck: ‘Pseudowetenschappelijk’. Knack. (digitaal)

  2. Van Malderen, S. (2026, 8 september). N-VA: “Vroegere pretpedagogie duidelijk oorzaak van slechte PISA-resultaten”. Het Laatste Nieuws. (digitaal)

  3. Verhaeghe, O. (2026, 10 september). Leesniveau daalt overal in Vlaanderen, maar verschil tussen scholen wordt steeds groter. De Tijd. (digitaal)



Opmerkingen


bottom of page