Taal als spiegel van generaties
Bijgewerkt op: 5 okt

Voordat ik opnieuw ging studeren, werkte ik op het kruispunt van economie, psychologie en communicatie – ook wel human resources. Ik hield me onder andere bezig met het welzijn van medewerkers en was voortdurend op zoek naar manieren om de onderlinge samenwerking te ondersteunen en nog beter te maken. Bestaat er ergens een heilige graal die ervoor zorgt dat collega's elkaar moeiteloos begrijpen, conflicten verdwijnen en iedereen fluitend naar het werk gaat? Ik vond hem nog niet.
Enkele keren per jaar woonde ik een seminarie of congres bij. Regelmatig stond daar een keynote speaker op het podium die haarfijn uitlegde hoe babyboomers, generatie X, millennials en generatie Z van elkaar verschillen. Vaak klonk dat amusant en herkenbaar; op andere momenten staken de clichés de kop op en was het betoog opvallend zwart-wit. Hoe langer ik in HR werkte, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat de verschillen tussen mensen en hun gedrag onderling veel groter zijn dan de verschillen tussen generaties. Onderzoek wijst in elk geval ook in die richting.
Met een goede portie nieuwsgierigheid begon ik aan het artikel 'Elke generatie een eigen taal' in Onze Taal. Want hoewel ik wat sceptisch ben over intergenerationele attitudeverschillen op de werkvloer, lijkt taal de generatiekloof veel vaker te bevestigen. Of is dat enkel mijn perceptie?
Het artikel toont dat jongerentaal van alle tijden is. Vanaf de jaren zestig kreeg ze wel een andere dynamiek. Door maatschappelijke veranderingen, zoals de democratisering van het onderwijs, gingen jongeren zich sterker als aparte groep profileren en ontwikkelden ze een eigen taal om die identiteit uit te drukken. Ook later bleken maatschappelijke evoluties een voedingsbodem voor nieuwe woorden. Denk maar aan de opkomst van internet en daarmee samenhangend de nieuwe chattaal rond de millenniumwisseling.
Elke generatie creëert haar eigen woorden en uitdrukkingen. Sommige woorden verdwijnen even snel als ze opduiken, andere vinden uiteindelijk hun weg naar de standaardtaal. Taal is nu eenmaal voortdurend in beweging en dat hoeft zeker niet verontrustend te zijn. Nieuwsgierig blijven naar hoe taal verandert en waarom jongeren bepaalde woorden kiezen, lijkt me zeker de moeite waard. Achter die evolutie gaan immers mensen schuil die op zoek zijn naar hun eigen identiteit en plaats in de wereld. De woorden veranderen, de behoefte om erbij te horen veel minder. Gelukkig wonen er onder mijn dak jonge taalexperts van zowel generatie Z als alfa die mijn woordenschat regelmatig, gevraagd of ongevraagd, ‘updaten’.
In een klascontext valt er met dit dankbare thema heel wat te doen. Op de eerste plaats besteden de media minstens één keer per jaar aandacht aan jongerentaal, wanneer het nieuwe kinder- en tienerwoord van het jaar verkozen worden. Het lijkt me fijn om deze verkiezing mee op te pikken in de klas en daar eventueel een miniversie te organiseren. Ook aan de grotere wedstrijd kunnen de leerlingen uiteraard deelnemen.
Onze Taal biedt zelf ook heel wat interessant lesmateriaal om aan de slag te gaan met generaties en taal zowel voor de lagere als hogere jaren van het secundair onderwijs. De website over dit taaldossier Generatiewoorden - van mieters tot slay! | Genootschap Onze Taal is zeker het bekijken waard.
Het onderwerp kan tieners ook stimuleren om zelf creatief aan de slag te gaan. Welk woord missen ze nog in onze taal? Kunnen ze er zelf één bedenken? Of kunnen ze een omschrijving geven van een gevoel of situatie waarvoor ze graag een specifiek woorden zouden hebben? Op die manier is het bruggetje naar Het ontbreekwoord van Radio 1 dan weer snel gemaakt.
Merk je hoe enthousiast ik ben? Ik wens jou er ook veel plezier mee, en om het met een woord van mijn generatie te zeggen: YOLO 😉
Bron:
Doreleijers, K. (2026). Elke generatie een eigen taal. Onze Taal, 2026 (2), 20-27.



Opmerkingen